Column Matthijs Dierick
Mopperen over de nieuwe eisen
Matthijs Dierick_foto

De technische comités van de ISO-managementsysteemnormen hebben besloten twee aanvullingen te maken op de eisen van paragraaf 4.1 en 4.2. Wanneer ik op onder andere LinkedIn kijk, zie ik nogal wat mensen mopperen over deze aanvullende eisen en opmerkingen. ‘Kwaliteits- en milieunormen gaan door elkaar lopen’, ‘ISO probeert haar klimaatvisie op te dringen aan de normgebruikers’. Ik vind dit commentaar nogal overdreven. 

Dit artikel is gepubliceerd in Kwaliteit in Bedrijf 03-2024,

We moeten even terug naar de basis van alle ISO-­managementsysteemnormen en de basis van de High Level Structure (of de Harmonized Structure). Doelstelling van de benaderingswijze van ‘risicogebaseerd denken’ is dat de normen moeten helpen om de organisaties te laten komen tot een ‘duurzame ontwikkeling’. Duurzaam moet in dit verband niet gelezen worden uit oogpunt van milieu of klimaat, maar simpel: ‘Hoe zorg je er voor dat je organisatie toekomstbestendig is?’. De doelstelling is, dat je als organisatie ook eens langetermijn durft te denken (‘de strategische richting’). Simpel gezegd: hoe zorg je er voor dat je organisatie over 10, 15 misschien wel 25 of 50 jaar nog steeds bestaansrecht heeft? In dit kader komen de nieuwe teksten van de norm om de hoek kijken. En let op: er staat helemaal niet dat er extra werk te doen is!

Zo zal in paragraaf 4.1 een aanvulling komen die luidt: ‘De organisatie moet vaststellen of klimaatverandering een belangrijk punt is’. Wat dit met kwaliteit te maken heeft? Stel, je bent eigenaar van een garage­bedrijf en je geeft totaal niet om het klimaat. Nou, na 2035 mogen er in de EU geen verbrandingsauto’s meer verkocht worden. Dus heeft dit impact op je bedrijf? Of je verkoopt CV-installaties en iedereen moet in de toekomst van het gas af. Denk je niet dat klimaatverandering invloed kan hebben op jouw bedrijfsvoering? Simpel gezegd, het gaat er helemaal niet om dat de ISO 9001-norm je nu in één keer wil veranderen in een milieuactivist, maar de norm wil je laten nadenken hoe de veranderende wereld, ten gevolge van klimaatverandering, ook invloed op jouw organisatie kan hebben. Klimaatverandering kan invloed hebben op infrastructuur, op energie­prijzen, op grondprijzen… Ook jouw klanten kunnen er ook een mening over hebben, maar dan zitten we in hoofdstuk 4.2.

Dus het enige wat er gevraagd wordt is: De hele wereld heeft het over klimaatverandering. Jij maakt met je organisatie daar een onderdeel van uit. Misschien heb je niet de intrinsieke motivatie om je druk te maken over klimaatverandering, maar die veranderende wereld heeft wel effect op jouw organisatie!

Bij 4.2 komt een opmerking. Dit is niet eens een eis, maar een duiding van de normeis. Dus 4.2 blijft qua normeis ongewijzigd, alleen in de opmerking wordt de vraag gesteld in hoeverre jouw relevante belanghebbenden wel eisen of verwachtingen hebben op het vlak van klimaatverandering. Stel deze vraag maar eens aan een (groot) bouwbedrijf: die kan elke opdracht van de overheid wel schudden als het  geen ­CO2-Prestatieladdercertificaat heeft. Dus, ook al heb je het idee dat primair voor jouw organisatie klimaatverandering niet belangrijk is, je moet er mee aan de slag omdat je belanghebbenden, klanten, leveranciers en dergelijke er wél waarde aan hechten.

Kortom, die nieuwe eis wil organisaties niet de kant van CO2-neutraal opduwen. Ze stellen de vraag omdat op langere termijn jouw organisatie er wel degelijk mee geconfronteerd gaat worden. Het gaat om duurzaamheid: hoe zorg je er voor dat je organisatie op langere termijn bestaansrecht houdt? Daarom moet je over klimaatverandering nadenken, niets meer en niets minder. 

Door:

Matthijs
Dierick
Trainer en lead auditor bij DNV